Echtscheiding

Er is sprake van een echtscheiding op eenzijdig verzoek wanneer één van de echtelieden een echtscheiding aanvraagt. De advocaat van de aanvrager dient dan een verzoek tot echtscheiding in bij de Rechtbank. Daarin komen ook de wensen ten aanzien het gebruik van de woning, de boedelverdeling en een eventuele partner- en/of kinderalimentatie aan de orde. De advocaat kan bovendien voorlopige voorzieningen met vergelijkbare wensen aanvragen, om de tijd tot aan de definitieve scheiding te overbruggen.

Er is sprake van een echtscheiding op gemeenschappelijk verzoek indien beide echtelieden een scheiding willen. De advocaat dient bij de Rechtbank een verzoek tot echtscheiding in, met daarin een echtscheidingsconvenant. Hierin worden nadere afspraken omtrent de rechten en plichten van de echtelieden over en weer, de toewijzing van de kinderen, de omgang, partner- en kinderalimentatie, boedelverdeling en dergelijke vastgelegd.

Met name in een echtscheiding waarbij kinderen betrokken zijn, verdient een gemeenschappelijk verzoek altijd de voorkeur. Hoe minder vechtscheiding, hoe beter, voor alle betrokkenen.

Bij de boedelscheiding in geval van een huwelijk in gemeenschap van goederen, hebben beiden recht op een gelijk deel van de boedel. In geval van een huwelijk onder huwelijkse voorwaarden, wordt de verdeling van de boedel voornamelijk door deze voorwaarden bepaalt.

Bij een scheiding op eenzijdig verzoek waarin ook een verdeling van de boedel wordt gevorderd, zal de Rechtbank een boedelnotaris benoemen, die tot een voor beide partijen geaccepteerde verdeling moet komen. Zou deze hierin niet slagen, dan wordt de beslissing alsnog aan de Rechtbank voorgelegd.

Bij een echtscheiding op gemeenschappelijk verzoek dienen de partijen, onder aanwezigheid van hun advocaat, overeenstemming over de verdeling te bereiken.